1-3LWRoseBlogCover

Although great progress is being made on sustainability in the rose sector in Kenya, worker’s wages need to double or even triple for them to sufficiently provide for themselves and their families, as suggested in the P+magazine article that is based on joint work of NGO Hivos and True Price. This article also describes the vulnerability of women workers to gender discrimination and sexual violations, often trust is abused when depending on overtime and other in-kind benefits. A KPMG CSR study cites that sexual harassment and intimidation occurs in half the Kenyan rose farms assessed.

LWRoses.2

This infographic gives an impression of an actual wage and the gap to reach a living wage for single and double parent households. True Price’s Living Wage study finds that over half of women working in Kenyan Rose farms are single mothers and are the sole provider for their families.

Read our business case for a living wage

Follow this blog @TruePrice to see what contribution we have made to a Living Wage Rose.

Future of Coffee Depends on Adequate Income for Farmers

girlcoffee

The coffee sector praises sustainability and yet the chances are the coffee you’re drinking came from farmers living below the poverty line with little security in the future of the farms.

True Price undertook the first study of its kind with Fairtrade International; a detailed analysis of coffee farmer income across seven coffee producing countries: Rwanda, Tanzania, Uganda, Kenya, India, Indonesia and Vietnam.

True Price examined how much farmers earn from coffee and what positive or negative impact the amount has on the overall household income.  This infographic demonstrates the disparity of total household income per country.

In all cases, coffee farming is not the sole income of a household, often it is necessary to make income from different agri-production or non-farming income. Interestingly, the dependence of coffee farming as income varied greatly between different producing countries. Farmers in Indonesia rely heavily on their income from coffee whilst Kenyan farmers earned the majority of their household income from other good or non-farm income. Indonesian farmers also make the highest profit per/kilo due to high yields, whilst Kenyan coffee farmers make a large loss of profit and so must absorb this my earning money by other means.

Looking at income in this way is a critical step to work towards a fair, sustainable Living Wage for Coffee farmers.

Discover more in  the Fairtrade International Executive Summary

 

True Price Banana report

Fair Trade bananas2-6

In a recent assessment, True Price calculated the true price of bananas and exposed the external costs in their production.

As the most traded fruit on the planet and with a low price tag for consumers, we seem to be well and truly seduced.

What we do not see is the True Price; a price that includes environmental costs like damage from agrochemical farming or rainforest depletion and the social costs of low wages and poverty.

2017-06-02 16_56_41-Externe_kosten_van_bananenproductie.pdf

As seen here, True Price finds that Fair Trade banana production has lower environmental and social costs then the conventional. By supporting Fair Trade as a more sustainable model, we can contribute to reaching the planet’s 2030 SDG.
Have a look at the report published via Fair Trade Max Havelaar. (In Dutch)

The Banana Debate.

Banana debate ENG 3105

Love bananas? Bananas are the world’s most traded fruit, with an export value of $ 10 billion a year. 10 billion! They are an essential source of income for many thousands of families. But how much do these families actually earn? What is the real price of a banana? And how can you calculate this? True Price has researched the true price of bananas on behalf of Fairtrade International. Results are presented at the Rode Hoed bar in Amsterdam, 19:30 Tuesday 30th May.

Voorkom overnames die de samenleving miljarden kosten door maatschappelijke toets

Copyright AkzoNobel 2017

De ‘barbaren’ staan aan de poorten: onze kroonjuwelen, waaronder de mondiale duurzaamheidskoplopers Unilever en AkzoNobel, dreigen door buitenlandse multinationals opgekocht te worden. Het kabinet onder leiding van Henk Kamp heeft een antwoord gevonden: verplichte bedenktijd bij vijandelijke overnames. Dit kan nuttig zijn waar het een zorgvuldige besluitvorming bevordert. Het lost de kern van het probleem echter niet op: een overname kan aantrekkelijk zijn voor een groep aandeelhouders, maar schadelijk voor de maatschappij. Wat dus (ook) nodig is, is een maatschappelijke toets bij overnames.

Een verplichte bedenktijd beschermt niet tegen een geduldige koper, inhalige aandeelhouders van de prooi of bestuurders die zelf gewillig hun onderneming verkopen, bijvoorbeeld in het vooruitzicht van een flinke bonus. Mega overnames kunnen grote maatschappelijke kosten veroorzaken, door onder meer prijsverhogingen, banenverlies en minder duurzame productie. Het probleem is dat bovenstaande schade niet door de aandeelhouders worden gedragen – die nu het laatste woord hebben – maar door de maatschappij. De markt is ervoor om welvaart te brengen, en moet gecorrigeerd worden als het daarin faalt.  In een goed-werkende economie is er dus geen plaats voor overnames die de maatschappij juist grote schade berokkenen. Dit principe erkennen we reeds in het mededingingsrecht dat consumenten beschermt en dient te gelden voor alle stakeholders, inclusief werknemers en onze kinderen die de gevolgen van klimaatverandering ondervinden.

De oplossing voor dit probleem is het invoeren van een maatschappelijke toets via het ondernemingsrecht: overnames dienen alleen plaats te vinden als zij de maatschappij geen schade berokkenen. Vroeger was dat lastig, maar tegenwoordig kan dit door middel van een Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA). Hierbij worden de effecten van een overname voor alle betrokkenen uitgerekend en in euro’s uitgedrukt, en met stakeholders getoetst, waardoor de voor en nadelen zo objectief mogelijk tegen elkaar afgewogen kunnen worden. De toetsing kan plaatsvinden door de Ondernemingskamer of een apart overname commissie, een maatschappelijke variant van het Britse take-over panel.

Voor de casus AkzoNobel-PPG hebben we een allereerste schatting gemaakt van de maatschappelijke effecten van de overname voor aandeelhouders, werknemers, consumenten en het klimaat. De effecten voor aandeelhouders zijn erg onzeker, maar netto pakken grote overnames niet goed uit voor hen. Werknemers en consumenten kunnen er sterk op achteruitgaan: overnames leiden gemiddeld tot banenverlies en prijsstijgingen. Het milieu ondervindt potentieel ook grote schade. AkzoNobel heeft nu nog speciale aandacht voor duurzaamheid. Als haar prestaties terugvallen naar het niveau van PPG, kunnen de maatschappelijke kosten van CO2-uitstoot – waaronder overstromingen, voedselschaarste en ziektes door klimaatverandering – oplopen tot 7 miljard EUR. De som van deze vier effecten ligt tussen de -30 en 5 miljard EUR en is naar verwachting negatief op -6 miljard EUR. Het totale effect kan veel groter zijn, want we hebben vele zaken, zoals vervuiling, grondstofgebruik en de netto fiscale gevolgen, nog niet eens meegenomen.

2017-05-24 09_00_24-170522 Maatschappelijke toets overnames AkzoNobel

Als het nu spannend wordt voor AkzoNobel, zal een maatschappelijke toets via het ondernemingsrecht wellicht nog te laat komen. Wel hebben investeerders en bestuurders nu al de maatschappelijke verantwoordelijkheid uit eigen beweging de maatschappelijke kosten en baten te betrekken in hun besluiten. In het bijzonder zouden de bestuurders van AkzoNobel niet dienen in te stemmen met een mogelijke overname, als de maatschappelijke kosten daarvan groot of onbekend zijn. En de Ondernemingskamer kan mogelijk zelfs nu al stimuleren dat een MKBA deel wordt van de conversatie.

Als maatschappij moeten we zeker geen netto miljardenverliezen meer accepteren enkel ten bate van een aantal financiële partijen. Het is hoogste tijd dat de samenleving het laatste woord neemt en overnames verplicht worden getoetst op hun maatschappelijke kosten.

Dr. Adrian de Groot Ruiz is Executive Director van True Price en Prof. dr. Dirk Schoenmaker is Hoogleraar Finance aan de Rotterdam School of Management en Senior Fellow bij Bruegel.